Ecce homo


De mens is een vreemd wezen;

hoe naakter men hem ziet, hoe meer hij in zijn hemd staat. C._Buddingh’
Een oudje dat me nog steeds tot nadenken stemt. Het komt  goedkoop op me over, een variant op ‘wie lacht niet die de mens beziet.‘ (oorsprong niet bekend).
Je vraagt je af: wat zie je dan?
Vergeleken met de dieren lijkt de mens op een onbehaarde slingeraap en ja, dat moet een wonderlijk gezicht zijn, denk aan Tarzan en dat was nog een goedogende vent. Ik zie mijn opa al.
Maar dat wordt niet bedoeld, leerden we.
Wat dan wel, de houding, besluitvorming, intelligentie of gebrek daar aan, mentaliteit, emotioneel gedrag? In dat geval is er geen vergelijkingsmateriaal en wie bepaalt dan dat hij lachwekkend is? Dieren? Zij denken niet.
Een superpientere kan smalend doen over simpele zielen.
Een kerkelijke kan neerkijken op huichelaars.
Een braverik kan spugen op dronken carnavalvierders en een stille aanbidder minacht de keus van zijn geliefde.
Andersom echter kijken de laatsten neer op de bespottelijke arroganten.
Wie bepaalt dan het groteske van de mens?
Mensen die zich hoger achten?
Ergo.
Zij zijn de echte lachwekkenden.
==

Strandfoto’s wekken herinneringen

Zussen wilden naar het strand. Moe gaf ze een beetje geld mee, broodjes, dunne ranja en als extraatje het jongste zussie.
Haar doel zal tweeledig zijn geweest, een paar zich vervelende tieners tevreden stellen en een kleintje dat ze in toom zou houden.
Ik was het extraatje, werd achterop de fiets gehesen, voelde me niet welkom maar was allang blij dat ik mee mocht. Bovendien waren de zussen best aardig, dat moet gezegd.
Ze bemoeiden zich niet veel met me,  druk als ze het hadden met gewapper van handdoeken en wimpers. Ze deden interessant met boeken en de transistor. Troffen bekenden.
Ik zag het aan van een afstandje maar hield me stil, ervaren in die dingen.
Tot ik moest plassen. Zoiets deden we altijd in zee, toiletten waren te duur.
Maar ik wilde ook het zussenfeest niet missen.Dus groef ik een kuiltje en deed daar de plas in. Zand erover.
Oudste zus kreeg het in de gaten: Zeg, ga jij es gauw de zee in, vooruit. Beschaamd rende ik naar het water, handen voor de natte plek.
Nog hoor ik het lachen van de meiden en jongens achter me, niet beseffend dat ze me als een klein kind zagen.
Daar voelde ik me te groot voor.
==

.

Eenmalige uitgave ‘De Fabelkrant’


Het sprookjesachtige logo waarmee De Winter adverteert blijkt tot heden toe nep. Een mager nachtvorstje was al wat hij bood. De W. teert op De Herfst en maakt grove misbruik van diens eigenschappen. Mist, grijsheid en natte kilte.
Niettemin raden we  aan een kleine voedselvoorraad in te slaan het grillige karakter van De W.  in aanmerking genomen. Wees onbegaanbare wegen te slim af.
Tenzij er een McDonalds in de omgeving aanwezig is. In dat geval is het eenvoudiger  daar Uw heil te zoeken.
Maakt U zich dus niet dik, dat komt later wel.

In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen spelen zich op voorhand chaotische tonelen af hetgeen de FBI ernstig zorgen baart. Er doen geruchten de ronde dat er  reeds vier republikeinse kandidaten in psychiatrische inrichtingen zitten en van zes democraten vreest men voor hun levens omdat ze, naar men zegt, meer dan gemiddeld suïcidaal zijn en huilend te bedde liggen. Ze wachten op de apocalyps.
Een goedgelovige groep ijvert voor rosharige kandidaten gezien het immense succes van de huidige president,  die  momenteel de wereld rondtoert met uitnodigingen voor zijn aankomende winnaarsfeestje.
Aldus onze correspondent.

In Griekenland gaan stemmen op voor een standbeeld voor die goeie ouwe Zorba. Meer nog dan A. Cropolis  promootte hij de geschiedenis van stenengooiende muzikanten en van Cleopatra de Zevende die, zoals bekend, een vriendinnetje was van ene M.Antonius. Haar kleurenblindheid was legendarisch en oogpotlood fantastisch. Bovendien wist ze veel ven winkelen.

Een onderafdeling van de herintredende huisvrouwen is niet tevreden en gaat staken.
‘VREDESBERAAD EN XELIBAAT’ is hun leus. Ze willen niet uitleggen wat ze bedoelen, mogelijk begrijpen ze het zelf ook niet.
Om zich te onderscheiden dragen ze lichtblauwe hesjes met geborduurde golfjes.
De premier roemt hun humoristische actie.

Tot zover deze bijzondere editie.
=====

23 januari ☼

In de zon, nauwelijks wind.
Jas half open, zonnebril bij de hand, koud maar ‘lekker’ koud, vaag vogelgeluid, halfblauwe lucht.
Het lukte een paar dunne bloemetjes te knippen.
Voor minivaasjes, net genoeg om de winter uit te dagen:
en nu jij! Ik ben benieuwd.
Waarschijnlijk luistert hij niet, dat doet hij nooit als ik wat zeg, ik vraag me af of hij oren heeft.
Of met het klimaat samenwerkt. Wie weet is hij het beu dat lastige aardse hoofd koel te houden en aan pensioen toe.
In dat geval wens ik hem voldoende rust en een royale uitkering toe.
Neem ìk genoegen met de zon.
==

Vanmorgen was het mistig

Alweer.
Gisternacht ook al. En vorig jaar en in 2018, 2017, 2016, tot in mijn vroegste jeugd.
Naar men zegt kwam het altijd al voor.
Het moet knap lastig zijn geweest toen er nog geen straten waren en men bij elk stap over een kei of graspol kon struikelen. Reken maar dat er heel wat gebroken benen waren en natuurlijk geen gips voorhanden.
In boeken en films is mist een dankbaar verschijnsel.
Er zijn enge verhalen over gevaarlijke wellustelingen die met zachte zolen jonge vrouwen benaderen. Eerst met onzedelijke wensen en daarna met moordlust als de vrouwen niet meewerken aan de ijselijke genoegens. Buitengewoon spannend, jammer als ze gered worden door een of andere brave Tinus.
Persoonlijk heb ik het niet op mist. Na een paar verdwaalsessies waarvan een in de auto, een op de fiets en de laatste in eigen achtertuin blijf ik al binnen bij het eerste nevelsliertje.
Het zou maar een vergismist zijn zoals die Londen, 1952. Achteraf bleek dat een ongezonde smog te zijn die vijf doden opleverde.
Ik verwacht zoiets niet in ons gebiedje, toch weet je het maar nooit. Met die zwarte gaten en een vreemde planeet die op springen staat. De aanloop naar carnaval. Al het bier dat je blik zo mistig maakt.

Ik zie dat het opklaart.
Kan ik veilig naar de wasmachine. Die staat in de schuur, toch nog gauw een kleine tien meter, voor ik er erg in had zou ik in de vijver zitten, bij de bullebak op schoot.
Vreselijk idee.
==

.

Matigen?

Tja, het klimaat sparen. Eco-doen, co²,  soberder leven. Dat juich ik van harte toe.
Maar ik vind het wel een beetje zielig voor mijn generatie en ouder. Als arbeiderskind van eind ’40 – 50 leden we geen honger, het was niet vreselijk slecht, maar royaal was het leven allerminst.

Volgens mij hebben we voldoende water uitgespaard voor de rest van ons leven.
Er was een douche die stond voor één stortbadje per week, we mopperden dat we beter weer in de teil konden gaan. Radio mocht aan maar overtollige lampen moesten uit.
Een auto was er niet. Kolen werden mondjesmaat besteld want Pa stak zelf turf.
We hadden een geit voor de melk (armeluiskoe noemde men dat) en met de kerst werd een van de eigen konijnen geslacht. Daarnaast een kip voor de soep.
Eigen groente en fruit, dat laatste bevatte zelfs gratis vers vlees, niet altijd maar toch.
Eindeloos was de lijst van soberheid, van kleding tot vervoer, van eten tot lichaamsonderhoud tot goedkope vakanties in Castricum, ik denk dat we in latere jaren niet voor niets zo gretig van het betere leven genoten

We hebben al zo verstandig geleefd, daar begin ik niet meer aan.
Echt niet.
Ik maak alles op.
==

Huisvrouwen

Er kwamen plannen bij me op toen ik de zon zag.
Zal ik gaan huishouden, ramen open gooien, vloeren doen?
Je begrijpt de oude mop: even gaan liggen, dan gaat zoiets snel over.
Toch was ik half en half serieus.
Op mooie dagen denk ik nog steeds aan enkele van de vroegere kennissen. Zij wasten  gordijnen, lapten ramen, zetten de laarzen in het sop, schrobten de schuur, maaiden het gras, poetsten of hun leven er vanaf hing,  want ‘met het zonnetje erbij werkt het beter.’
Ze hadden vast en zeker gelijk.
Ik dacht daar anders over. Liever genoot ik van de fiets in de buitenlucht en poetste als het nodig was, daar had de zon niks mee te maken.

Soms voelde ik me dan schuldig, de blikken van een paar ‘echte’ huisvrouwen  waren dodelijk.
Of jaloers.
Gelukkig  groeide ik daar overheen.
Maar nog steeds komt het bij me op als het mooi weer is: eigenlijk zou ik de ramen moeten doen of zo.
Heel eventjes.
Ik raak het nooit helemaal kwijt.
Rotwijven.
=

Over schrijven

Er was een verhaal waaraan ik bezig was.
Een verzonnen plotje over familieverhoudingen met enkele eigen belevenissen erin verwerkt. Die heb ik geschrapt, ze zijn te herkenbaar en de hiaten opgevuld met andere dingen tot ik een afgerond stuk had.
Maar ook hier zaten weer ongemakkelijke situaties in.
Opnieuw probeerde ik het te herschrijven maar toen had het geen ziel meer.

Beroepsauteurs liggen nogal eens in de clinch met lezers die zich menen te herkennen en processen aanspannen. Daar hoef ik natuurlijk niet bang voor te zijn maar ik kan me de problematiek van schrijvers wel voorstellen. In het klein maakte ik zelf iets dergelijks mee, de reden dat ik zelden over een gezinslid blog behalve in algemeenheden.

Het verhaal is weggegooid.
Een ander probeersel eveneens, te controversieel. Ook daar heb ik onaangename ervaring mee in een vroegere weblog, had ik op een vriendelijker manier moeten schrijven.
Dat is  moeilijk voor me,  misschien zou ik het moeten proberen.
Hier ga ik eens lang over nadenken.
Ik begin meteen.
Tot morgen.
==